Sporen van bloedbad zijn
nog zichtbaar in Timisoara


TIMISOARA – Sneeuwvlokken bedekken de bloedsporen in Timisoara, de eerste bevrijde stad van het nieuwe Roemenië. Tien dagen na de val van de rode keizer van Boekarest, is de revolutie gekonsolideerd. Het nieuwe gezag wordt niet meer bestreden, de nieuwe machthebbers zijn internationaal erkend, en interne tegenstellingen binnen het Front van Nationale Redding werden voorlopig overkomen. In Timisoara herneemt het leven zijn gewone gang, maar de littekens van het bloedbad blijven zichtbaar, in de stad en in de harten van de mensen.

Timisoara treurt om zijn doden en houdt de vlam van de herinnering brandend. Nabij het operagebouw, waar vanaf 17 december duizenden mannen, vrouwen en kinderen tijdens drie opeenvolgende dagen werden weggemaaid door het leger en de Securitate, komen de overlevenden nog dagelijks nieuwe kaarsjes aansteken. Pantserwagens bezetten nog de strategische kruispunten en de omgeving van hoofdkwartieren, het plaatselijk radiogebouw, de telefooncentrale. Gewapende soldaten betrekken nog altijd posities in ziekenhuizen, hotels, of bij de zetel van de plaatselijke afdeling van het Front van Nationale Redding.

Maar de kruitdamp is opgetrokken. Alleen nog per ongeluk wordt er gevuurd. En als men 's nachts toch nog wordt tegengehouden bij wegversperringen of door vliegende brigades, dan is het omdat de patriotten veeleer op zoek zijn naar chocolade voor hun kinderen en sigaretten "voor mijn kameraad”, dan naar wapens van terroristen.

De vlag van het bevrijde Roemenië wappert boven Timisoara, maar de sporen van het bloedbad, van de terreur, van de donkere dagen onder Ceaucescu, blijven zichtbaar. Zwarte rouwlintjes hangen in de bomen op de Piata Libertatiis, vanwaar de inwoners van Timisoara midden december met tienduizenden kwamen toegestroomd op hun betogingen vanaf het KP-gebouw naar de opera. Tussen de lintjes hangen spandoeken met de tekst "Ceaucescu grote moordenaar". Aan lantaarnpalen hangen bloemenkransen.

Aan een boom heeft iemand twee varkenspoten opgehangen, onder het opschrift "Voor Ceaucescu en zijn familie". Varkenspoten vormden het vlees van de gewone man in het laatste jaar voor de revolutie. Overal in de stad zijn glazenmakers nog vensterglas aan het inzetten. Drie weken na het begin van de opstand blijft dit het meest zichtbare teken van de omvang van de terreur. Honderden en honderden winkels werden op die 17de december kapot geslagen, leeggeroofd en in brand gestoken.

Vooral boekenwinkels en winkels van elektrische uitrusting of cosmetica werden gevizeerd. Nabij de katolieke katedraal van Timisoara getuigen de zwartgeblakerde gevels van de furie die over het Traianplein is getrokken. Volgens eensluidende berichten gebeurde dat door rondtrekkende groepen van de Securitate.

Zoals de Reichskristallnacht voor Hitler, zo was deze provocatie de aanleiding voor Ceausescu om nog diezelfde zondagnamiddag het bevel te geven tot een drie dagen durend bloedbad.

"Dit was het werk van de Securitate", zegt Radu Kopany, mijn gids in de stad. "De inwoners van Timisoara houden te veel van hun stad om zelf zo'n vernielingen aan te richten. Weet je dat wijzelf het Operaplein hebben aangelegd, met vrijwillige arbeid, onbetaald?"

Radu Kopany is 21 jaar en student. Overdag werkt hij in een winkel, maar de kursussen van het derde jaar elektrotechnisch ingenieur volgt hij met avondlessen aan de universiteit van Timisoara. Als meest onmiddellijke en meest tastbare verandering, die de revolutie voor hem teweegbracht, noemt hij dat hij nu met buitenlanders kan spreken. Twee weken geleden mocht hij niet eens binnenkomen in het hotel waar nu de journalisten logeren.

Radu vertelt over het weekeinde voor Kerstmis, toen de opstand vanuit Timisoara was overgeslagen naar andere steden, maar toen de eerste verworvenheden werden bedreigd door de tegenaanval van de Securitate. Spontaan heeft hij toen zijn hulp aangeboden aan het voorlopig bewind dat hem, terwille van zijn talenkennis, detacheerde in dit hotel. Maar in plaats van vertaalwerk, kreeg hij een Kalashnikov in de handen gestoken.

Met acht soldaten verdedigde hij het hotel en drie waren er al gewond geraakt. Samen met de maître d'hótel heeft Radu toen een wapen van een gewonde soldaat overgenomen en vanaf het dak tegenvuur gegeven.

"Dag en nacht waren we bezig", vertelt hij, terwijl hij wijst op de dakvensters aan de overkant van waaruit het hotel werd beschoten. Tenslotte kon een kleine kern patriotten de terroristen verdrijven. Kamer 711 van het hotel werd toen van de overkant in brand geschoten. Alleen de verslaggever, die pal daarboven met verkleumde vingers, wollen sokken rond de voeten en met het dansende licht van het tv-scherm als belangrijkste lichtbron zijn artikel zit te schrijven, kijkt nog op van het brekend glas dat de glazenmaker vandaag veroorzaakt.

Later werd Radu als student elektronika erbij gehaald, toen hotelbedienden op hun dertiende verdieping een komplete afluistercentrale ontdekten. De kamer was volgestouwd met Westduits, Amerikaans en Japans materieel, vertelt Radu Kopany. De Securitate luisterde elk telefoongesprek af, intern en buitenshuis. In een dienstruimte werd een tweede afluistercentrale ontdekt.

Timisoara herneemt het gewone leven. In de gereformeerde kerk van de Hongaarse gemeenschap geraakt het gastenboek vol geschreven met nieuwjaarswensen van bezoekers uit de hele wereld. Hier ontbrandde de vonk van de revolutie, toen de Hongaarse gemeente haar predikant beschermde die door het regime met overplaatsing was bedreigd.

In de Curia vertelt Sepsi Bèla over de discriminatie van de 48.000 man sterke Hongaarse minderheid in het 300.000 inwoners tellende Timisoara. "Vroeger hadden de Magyaren hier twee middelbare scholen en een normaalschool. Nu is er nog een kollege en drie Hongaarse klassen en niet eens alle lessen worden in het Hongaars gegeven."

Roemanizering

De door Ceausescu versneld doorgevoerde Roemanizering van Transsylvanië, dat na de Eerste Wereldoorlog van Hongarije werd afgescheiden, blijkt volgens Sepsi Bèla ook in het lager onderwijs. Vroeger waren er in Timisoara 22 Hongaarse lagere scholen, nu niet één meer. Alleen enkele Hongaarse klassen in Roemeense schooltjes blijven open.

Kulturele kontakten met Hongarije vielen stil, Hongaarse dagbladen en boeken ontvangt men nog maar zelden. En dan zijn er de pesterijen. Of erger. In oktober werd Sepsi Bèla aangehouden als "nationalist" en "fascist". In zijn bureau op het werk werd er 300.000 Duitse Mark gevonden. Hij zegt dat de Securitate dat geld daar had verborgen tijdens een inbraak, de nacht voordien.

Làszlo Tökès, de dominee die de laatste domino van Oost-Europa deed vallen, keerde nog altijd niet in Timisoara terug. Hij blijft ondergedoken, beschermd door het leger, in het 300 kilometer verder liggende Mineu. Tökès is niet de enige hoofdrolspeler die voorlopig een veiliger geachte afzondering verkiest. Ook de vroegere partijsekretaris van Timisoara laat zich niet meer zien.

De gereformeerde kerk van Timisoara is in 1990 honderd jaar oud, en vanop hun schilderijen in de curia kijken de stichter Mihàly Szabolcska en zijn opvolgers met strenge blik neer op de hedendaagse kerkleiders. Op de gevel van de kerk blijven de slogans zichtbaar van dit revolutiejaar: "Lang leve Doina Cornea". En "Lang leve Làszlo Tökès" en "Varunk, wij wachten op je".

Overal in de stad schuiven er nog lange rijen, meestal van honderd of meer mensen, aan voor de winkels. Maar nu is er enig aanbod, en het is niet meer gerantsoeneerd. Voor westerse ogen zijn het winkels om bij te huilen, maar hoe groot het verschil is met de dagen voor de revolutie, blijkt uit de reakties van de mensen.

Ze zijn dolgelukkig met een stapel wit brood, dat zo hard is als steen; een berg worst van een meter hoog; enkele kisten citroenen uit Griekenland. En in één winkel was er zelfs chocolade te krijgen: een overvloed waarover op straat van mond tot mond werd verder verteld.

In vleeswinkel nummer 121, nabij het Traian-plein, maakten oude vrouwen gisterenochtend een overwinningsteken, toen ze buitenstapten met vijf stukken worst, die ze kochten tegen omgerekend 260 fr. De gretigheid, waarmee ze hun zakje worsten vasthielden, werd alleen overtroffen door het entoesiasme waarmee ze zich aan de vreemdeling vastklampten. Een stuk worst en een buitenlander, ze vormen hier een even grote sensatie in deze eerste dagen van het vrije Roemenië.


Mon Vanderostyne
Timisoara
5 januari 1990