Alledaags leven gaat door in sfeer van bedrieglijke rust

Beiroet is de Far West van de Levant


BEIROET - De hoofdstad van Libanon is een stad in oorlog, maar het leven lijkt er een gewone, alledaagse gang ;e gaan. Amerikaanse auto's scheuren door de straten alsof er geen sluipschutters opereren. Bij de grensovergang tussen oostelijk-kristelijk Beiroet en de westelijke moslimwijken zijn er weer verkeersopstoppingen, een goed teken, want verleden week nog bleef de grensovergang gesloten. En op de stranden waar begin deze maand nog twintig doden vielen ten gevolge van artilleriebeschietingen, krioelt het opnieuw van het volk.

Het is een bedrieglijke rust en een schijnvrede, want doorlopend zijn er ontvoeringen, bomaanslagen en politieke moorden, dagelijks is er machinegeweervuur te horen in de verdeelde stad, wekelijks worden er artilleriebeschietingen gemeld.

Zes jaar woedt nu al de burgeroorlog in Libanon en niemand weet pog wie de vijand is. Naar schatting een twintigtal frakties, privť-legertjes en milities bevechten elkaar in een burgeroorlog die begon toen kristelijke eenheden om religieuze en politieke motieven een strijd begonnen tegen de Palestijnen, nadat de ideologische en militaire kern van deze laatste uit JordaniŽ was verdreven tijdens de Zwarte September van 1970.

Sinds 1975 zijn er in Libanon naar schatting 60.000 doden gevallen, 100.000 gewonden en werd er voor meer dan 250 miljard aan eigendommen verwoest.

Zelfs de schijn van gezag en wettelijkheid ontbreken in Beiroet. Er is nog een president en een regering, maar het land en de stad zijn verdeeld in kleine republiekjes die geregeerd worden bij de macht van de verdeeld in kleine republiekjes die geregeerd worden bij de macht van de wapens.

Zoals vroeger Franse kommando's of Amerikaanse mariniers, hebben thans buitenlandse legereenheden het machtsvacuŁm opgevuld en hebben zich in een aantal gevallen verbonden met strijdende frakties in het land. Sinds 1976 zijn sterke Syrische legereenheden in Beiroet gelegerd. Later kwam er de Arabische Afschrikkingsmacht. In het zuiden van het land geeft IsraŽl openlijke steun aan majoor Haddad en moeten Uno-troepen de strijdende partijen scheiden.

Vandaag is Beiroet een open stad waar de wettelijkheid, de orde en een uniforme gezagsstruktuur afwezig zijn. Er is geen andere stad in de wereld waar de verkeerschaos zo'n afmetingen heeft aangenomen. Dat chauffeurs door de rode lichten scheuren of toeterkoncerten aanrichten, komt buiten de westerse wereld wel vaker voor, maar dat er absoluut geen verkeersregels gelden is zelfs in ontwikkelingslanden ongewoon. In Beiroet is er geen overheidsgezag meer, wordt men Riet meer beboet, bestaan er geen verkeersregels meer. Hier geldt alleen nog de wet van de zwaarste en sterkste wagens en de wet van de wapens.

Men rijdt er naar goeddunken op of naast de weg, en stoort zich niet aan eenrichtingsverkeer. Als er een file is of het verkeer niet genoeg opschiet, rijdt men op of over de wegberm, of neemt men gewoon de parallelle weg met eenrichtingsverkeer, waar men in zigzag slalomt tussen andere auto's die uit de tegenovergestelde richting komen aangestormd. Als IsraŽlische vliegtuigen boven Beiroet door de geluidsmuur gaan, ontstaat er een enorme chaos en verwarring op straat. Voor een ogenblik valt het verkeer stil en het volgend moment breekt er paniek uit. Als de vliegtuigen zijn verdwenen begint er een toeterkoncert, als wil men z'n woede koelen en z'n onmacht uiten in een scheldkoor.

"Hoe kunnen we een land redden waar er meer wapens zijn dan mensen", heeft president Elias Sarkis eens uitgeroepen. Op een bevolking van drie miljoen Libanezen zijn er op het hoogtepunt van de strijd wellicht de helft verhuisd of uitgeweken. Thans zouden 200.000 Libanezen nog niet naar hun land zijn teruggekeerd. Zij die bleven lijken wel allemaal zonder uitzondering een wapen te bezitten. Of men daarbij een uniform draagt is van geen belang. Mannen hangen door het venster van hun auto met het geweer in de lucht. Winkeliers bedienen hun klanten met de ene hand, maar houden in de andere hand een geweer vast. Bij de ingang van banken, kerken, moskeeŽn en hotels (waar men dikwijls gefouilleerd wordt) staan gewapende wachten. En zelfs op de talrijke bouwwerven ziet men metselaars en dienders met het wapen bij de hand. Bijna al deze tuigen zijn, althans in de moslimwijken, moderne, automatische wapens, dikwijls van Russische makelij.

Overal in de moslimwijken zijn barrikades opgeworpen van zandzakjes, soms wel twee meter hoog. Op talrijke straathoeken zijn echte militaire bolwerken verrezen, van waaruit zware wapens de hele sektor bestrijken. Wegversperringen, wegversmallingen en straatkontroles herinneren eraan dat de rust slechts schijnbaar is en de vrede maar broos en tijdelijk.

En toch. In deze stad die verscheurd is door de oorlog, die geregeerd wordt door de wapens en waar de anarchie hoogtij viert, probeert men te leven alsof er geen gevaar is. Er is weliswaar nog weinig dienstverlening in de stad en waterdistributie, elektriciteitsverdeling of telefoonverkeer zijn niet meer verzekerd, maar de keerzijde is dat er ook nog maar weinig beperkingen zijn en reglementen.


Aangepast

De handeldrijvende middenstand van de Levant (en niet alleen de wapenhandelaar) heeft zich aangepast aan de nieuwe situatie en doet er zijn voordeel mee. Het oude stadscentrum werd in puin geschoten maar er ontstonden nieuwe wijken. In de Hamra-buurt van de moslimwijk of in de smalle straatjes achter het strand (de vroegere Goudkust) is er, tussen de militaire versterkingen door, letterlijk van alles te krijgen: goud, hasjisj, Rolexuurwerken, Duitse auto's, westerse luxegoederen.

Hoewel aanvankelijk talrijke buitenlandse banken hun aktiviteit in Beiroet beperkten of uitweken naar Amman, Koeweit of Bahrein, zijn de meeste teruggekeerd. Sedert 1975 zijn de bankdeposito's nog verdrievoudigd en ze nemen nog ieder jaar toe met 30 t.h, niet in het minst door transfers van de naar schatting 200.000 Libanezen die in het buitenland (dikwijls in de Golfstaten) werken en door de aanzienlijke (niet eens volledig opgenomen) financiŽle hulp uit het buitenland. Van de banken in Beiroet wordt gezegd dat ze meer geld hebben dan ze kunnen opdoen. Het probleem is dat er in Libanon door de voortdurende onveiligheid, te weinig investeringsmogelijkheden zijn voor de lange termijn. De likwiditeit van de banken is bijgevolg zeer groot en dat blijkt ook uit de aanhoudende, relatieve sterkte van het pond, op z'n minst merkwaardig voor een oorlogsekonomie.

Nooit gingen de zaken zo goed in Beiroet. De industriŽle aktiviteit is weliswaar op de helft teruggevallen tegenover vijf jaar geleden, maar de kleine fabriekjes of ambachtelijke ateliers zijn in de plaats gekomen. De kleinhandel is uitgezwermd en verveelvoudigd. Door de oorlog en de feitelijke verdeling van het land geraakte de ekonomie gefragmenteerd en ontstonden er naast elkaar parallelle markten.

Het nadeel daarvan is dat er geen prijseenheid meer bestaat, maar op korte termijn betekent het, binnen elk van de wijken, een enorme expansie van de aktiviteit. Het lijkt er soms op dat in deze stad de anarchie leefbaar is geworden.


Bouwwoede

De vernielingen zorgen voor een ongeŽvenaarde bouwwoede. Vastgoed is trouwens ťťn van de weinige beleggingen die in Libanon nog mogelijk zijn. Maar ook hier heerst komplete anarchie. Het is niet meer nodig om een eigendomsbewijs op een grond te bezitten om een huis te kunnen bouwen. Zwart-bouwen is een echte plaag geworden in Beiroet. Vluchtelingen uit het Zuiden hebben hun intrek genomen in leegstaande gebouwen. Huishuur wordt in veel gevallen niet meer betaald en als er moeilijkheden rijzen, worden die beslecht met de wapens.

Beiroet is een open stad geworden, het eigenrecht wordt er afgedwongen, alles wat men wil is mogelijk, maar het moet worden bevochten en met de wapens verdedigd. Door de burgeroorlog is Beiroet de Far West geworden van de Levant.

De smokkel viert hoogtij op de kusten van Libanon. In de officiŽle havens wordt niet altijd kontrole uitgeoefend en in de jongste jaren werden een twintigtal nieuwe haventjes aangelegd op de 250 km lange kuststrook, dikwijls gekontroleerd door ťťn van de strijdende partijen. Luxe-auto's uit Europa, dikwijls gestolen of tweedehands, worden hier massaal aan land gezet. Textielprodukten uit het Verre Oosten worden zonder doeaneheffingen of invoerrechten verhandeld. Handelsdokumenten worden vervalst en op volle zee, tussen Cyprus en Beiroet, verdwijnen hele schepen en scheepsladingen. Er zijn gevallen bekend van regelrechte piraterij en niet voor niets worden deze wateren de "Middellandse Zee-driehoek" genoemd.

Hoe de oorlog 1n het verscheurde Libanon zal aflopen weet niemand. Hoe lang de strijd nog verder gaat is onzeker. Wie winnaar wordt en wie verliezer, is even mysterieus als het ontrafelen van de vechtende partijen zelf. Maar vast staat dat, zolang de strijd niet is beslecbt, er in Beiroet zaken worden gedaan als nooit tevoren.


Mon Vanderostyne
Beiroet
11 juni 1981